De nuttigheidsmens is een kwal

Menno de Bree

Bron: FD.nl, 15 oktober 2019 door Menno de Bree

Vorige week beloofde ik te bewijzen dat de nuttigheidsmens een kwal is. Daartoe eerst zes karakteristieken van dit beest: 1. De kwal kan zelf zijn vorm niet bepalen. Dat doet zijn omgeving. 2. De kwal kan zelf zijn richting niet bepalen. Dat doet zijn omgeving. 3. De kwal heeft geen ruggengraat. 4. De kwal irriteert. 5. De kwal kan dood zijn of levend, je ziet geen verschil. 6. De kwal lijkt fysiek op alle andere kwallen, en voor zover de kwal niet op hen lijkt, is-ie gemakkelijk bij te snijden.

De nuttigheidsmens deelt deze karakteristieken. Voor hem heeft iets alleen maar waarde als het nuttig is. Maar wanneer is dat het geval? Als je een schilderij aan een houten wand wilt ophangen, heb je een hamer nodig. Waarom? Omdat je anders geen spijker in de muur krijgt. Nuttige dingen zijn dus instrumenteel goed. Ze hebben geen waarde in zichzelf. Ze zijn alleen maar goed als je er iets anders mee kunt bereiken. (Diezelfde hamer is nutteloos bij het bereiden van soep.) En juist dát hebben nuttigheidsmensen niet goed door.

De nuttigheidsmens herken je aan het feit dat hij zich altijd richt op de vraag naar het hoe. Vragen over het waartoe en waarom schuift hij maar al te graag op andermans bordje. Zelf doelen stellen, durven nuttigheidsmensen niet. Maar dat maakt ze stuur- en vormloos. Hun richting en functie worden bepaald door hun omgeving, niet door henzelf. En omdat ze zich altijd richten op het proces zijn ze irritant.

Nu hoor ik je denken: maar nuttigheid is toch een deugd? Zonder instrumenten bereiken we onze doelen toch niet? Dat klopt. We hebben allen een innerlijke kwal. Deze moet echter niet de overhand krijgen. Instrumenteel leven is verlokkelijk. Managen is gemakkelijker dan leiden. En mensen zijn je dankbaar als je hen helpt hun doelen te halen of problemen op te lossen. De ellende van de een is de zingeving van de ander.

De echte verkwalling zit in de radicalisering. De beste hamer is immers die hamer waarvan je niet eens merkt dat je hem in je handen hebt. Als je écht ‘toegevoegde waarde’ wilt hebben, móét je jezelf wel onzichtbaar maken, naadloos opgaan in het organisatieproces waarvan je deel uitmaakt. Persoonlijke eigenschappen die je wel heel leuk maken, maar ook minder beheersbaar of efficiënt, moet je vlakslijpen. Leven en werken worden toneelspelen. Uiteindelijk verword je tot een transparant wezen zonder eigenschappen, vanbuiten piekfijn gekleed, maar vanbinnen vertwijfeld, dood of verrot.

Niet overtuigd? Let maar op. Als je binnenkort weer al scrummend klaarkomt op die prachtige kwartaalcijfers van je organisatie, bedenk dan dat het over een jaar echt niemand meer kan schelen wat jouw bijdrage is geweest. Sta daarom eens stil bij die grabbel-bakken in kringloopwinkels vol met eens nuttige, maar nu versleten gereedschappen. Koop zo’n hamer, hang die boven je bureau en onthoud: heden ik, morgen gij.